Agressie en castratie (alles lezen klik hier)

17-01-2013 11:41

Soms wordt er de indruk gewekt dat castratie van reu of teef* een wondermiddel is om agressie te verhelpen. Of op z’n minst “baat het niet, dan schaadt het niet”. Helaas zijn beide stellingen onjuist. Wat kunt u dan wel verwachten van een castratie bij agressieproblemen?


Een groot deel van de reuen wordt gecastreerd om gedragsproblemen. Bij teven is dat vaker uit gemaksoverwegingen (niet meer loops worden). Toch is er niet zoveel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar gedragsveranderingen van honden na castratie. Bovendien is agressie een term waar een breed scala aan gedrag onder valt. Zo kunt u denken aan agressie naar andere honden, gezinsleden, vreemden, ter verdediging van voer of speeltjes, prooi- of spelagressie.
Castratie zorgt ervoor dat de hond een hormonale verandering ondergaat. Bij reuen betekent dit dat er geen testosteron meer wordt geproduceerd, en bij teven geen oestrogeen en progesteron. Het is dus logisch dat alleen gedragingen die onder invloed staan van deze hormonen, beïnvloed kunnen worden door castratie.


Teven
Bij teven die agressief gedrag vertonen tijden de loopsheid, (schijn)zwangerschap, en ter verdediging van pups, is castratie uiterst effectief. Een risico van toegenomen dominante agressie naar gezinsleden na castratie werd echter geconstateerd door O’Farrell en Peachey (1990) bij teven die voor de leeftijd van 12 maanden werden gecastreerd én die reeds agressieproblemen vertoonden. Voor teven die later dan 1 jaar gecastreerd werden geldt dit verhoogde risico niet.


Reuen
Het mannelijke hormoon testosteron zorgt voor een grotere reactiviteit bij honden. Dat betekent dat ze sneller, intenser en langduriger zullen reageren op allerlei prikkels. Na castratie gaat het testosteron uit het lichaam van de reu, en verdwijnt dus deze hormonale opzwepende invloed. Dit is de reden dat castratie bij reuen vaak wordt geadviseerd bij agressie. Castratie alleen is echter zelden de oplossing. Gedragstherapie zal bijna altijd een aanvullende  voorwaarde zijn om het probleem op te lossen
De gedragingen die het meeste baat hebben bij castratie zijn: hyperseksualiteit, weglopen op zoek naar loopse teven, markeren in huis en bij de reu die alleen agressief is naar andere reuen.
Castratie is af te raden bij reuen die agressie vertonen vanuit een angstmotivatie. Het wegvallen van mannelijke hormonen kunnen de hond nog onzekerder (angstiger) maken dan hij al was, en het probleem daarmee verergeren.
 

Wetenschappelijke onderzoeken
Om u een indruk te geven van de uitkomsten van diverse wetenschappelijke onderzoeken, volgen hieronder wat cijfers. Uit een onderzoek van Ben en Hart van de Universiteit van Californie in 1997 bleek dat castratie zorgde voor een afname van agressie tussen reuen in 60% van de gevallen. Neilson, Ekstein en Hart constateerden in 1997 een dat ongeveer 25% van de honden die agressief waren naar gezinsleden of andere honden binnen het gezin, na castratie en grote verbetering hadden. Datzelfde geldt voor 10-15% van de honden met agressie naar vreemden.


Dr. Gabriele Niepel hield in 2003 in Duitsland een enquête onder meer dan 1000 hondeneigenaar naar hun ervaringen met de castratie van hun hond. Het aspect agressie is hierbij naast allerlei andere zaken aan de orde gekomen.

Uit deze ‘Bielefelder Kastrationstudie’ kwam o.a. het volgende:

Teven: 
Bij 12 % was er sprake van een afname van agressie naar andere teven
Bij 9 % was er sprake van een toename van agressie naar andere teven
Bij 13 % was er sprake van een afname van agressie naar andere honden in het algemeen
Bij 11 % was er sprake van een toename van agressie naar andere honden in het algemeen
Bij 1 % was er sprake van een afname van agressie naar gezinsleden
Bij 2 % was er sprake van een afname van  agressie naar vreemden

Reuen
Bij 34 % was sprake van een afname agressie naar andere reuen
Bij 3 % was sprake van een toename van agressie naar andere reuen
Bij 7 % ontstond onzekerheid in de omgang met andere honden
Bij 7 % was er sprake van een afname van agressie naar familieleden
Bij 2 % was er sprake van een afname van de agressie naar vreemden

—————

Terug